De meeste mensen komen bij jou in beeld op het moment dat ze iets aanvragen. Eerst de uitkering, dan het gesprek. Voor een groep jongeren draait die volgorde sinds dit jaar om — en dat is precies de bedoeling.
De Wet van school naar duurzaam werk is per 1 januari 2026 in werking. Ze wijzigt onder meer de Participatiewet en het onderwijsrecht, en ze regelt iets eenvoudigs en ingrijpends tegelijk: jongeren tot 27 met een afstand tot de arbeidsmarkt mogen worden begeleid voordat er een uitkeringsaanvraag is. De drempel van "eerst recht op bijstand, dan hulp" verdwijnt voor deze groep.
Over wie gaat dit?
De wet richt zich op jongeren tot 27 jaar met (een risico op) afstand tot de arbeidsmarkt. Concreet vooral:
- Schoolverlaters uit het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.
- Jongeren uit mbo entree (niveau 1) en de basisberoepsopleiding (niveau 2).
- Voortijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie.
Het is geen kleine groep. Landelijk gaat het al jaren om ruim honderdduizend jongeren die geen opleiding volgen én niet werken — een aantal dat de laatste jaren eerder toe- dan afnam. De wet wil voorkomen dat zij in de overgang van school naar werk tussen wal en schip vallen.
Drie partijen, één route
De kern van de wet is dat de begeleiding niet meer ophoudt bij de schoolpoort. Drie partijen krijgen een samenhangende taak:
- Scholen moeten loopbaanbegeleiding bieden die doorloopt ná het schoolverlaten of diplomeren — voor pro en vso tot enkele jaren erna, voor mbo tot een jaar na het diploma, beschikbaar op het moment dat de jongere het nodig heeft.
- Doorstroompunten — de organisaties die voorheen als RMC bekendstonden — begeleiden jongeren zonder startkwalificatie nu tot 27 jaar, waar dat eerder bij 23 ophield.
- Gemeenten mogen die jongeren via de Participatiewet ondersteunen richting school, werk of een combinatie — en dus, opnieuw, zonder dat er eerst een uitkeringsrecht hoeft te zijn.
Verbindend element is een verplicht regionaal programma: scholen, doorstroompunten en gemeenten maken op regioniveau én per jongere afspraken over de overdracht. Een centrumgemeente coördineert dat, met een wettelijke basis voor het uitwisselen van gegevens. De warme overdracht wordt zo niet langer afhankelijk van wie elkaar toevallig kent.
Wat verandert er in jouw uitvoering?
Het grootste verschil is mentaal: je kijkt eerder, en je kijkt breder. Een jongere die uit het praktijkonderwijs komt en dreigt stil te vallen, hoeft niet eerst maandenlang uit beeld te raken en daarna als bijstandsaanvraag terug te keren. De ondersteuning kan starten op het moment dat het risico zichtbaar is.
Praktisch betekent dat:
- De model-verordening voor re-integratie is aangepast: deze jongeren zijn als nieuwe doelgroep toegevoegd. Check of je eigen verordening die wijziging al heeft verwerkt.
- Er is rijksgeld gekoppeld aan het regionale programma — een jaarlijks budget voor de afspraken tussen onderwijs, doorstroompunten en gemeenten. Hoe dat lokaal landt, verschilt per regio.
- De samenwerking met het onderwijs wordt structureel in plaats van incidenteel. Dat vraagt andere overlegtafels dan je gewend bent rond de bijstand.
Een paar aandachtspunten
Wees eerlijk over wat nog niet vaststaat. De wet is van kracht, maar een deel van de uitwerking in lagere regelgeving heeft tijd nodig om volledig uit te kristalliseren. En hoewel de bekende instrumenten — jobcoaching, loonkostensubsidie, en waar passend beschut werk — beschikbaar blijven, zit de winst van deze wet vooral in de aansluiting en de vroegtijdigheid, niet in een heel nieuw instrumentarium.
Voor in de praktijk
- Kijk eerder. Een risicojongere hoeft geen aanvraag te zijn voordat je iets kunt doen.
- Ken je regionale programma. Wie coördineert, welke afspraken liggen er, wie is je contactpersoon bij het onderwijs en het doorstroompunt?
- Controleer je verordening. Is de nieuwe doelgroep tot 27 erin verwerkt?
- Denk in doorlopende lijnen. De school laat niet meer abrupt los; jouw begeleiding kan daar naadloos op aansluiten in plaats van na een gat te beginnen.
De wet verplaatst het startpunt van de hulp naar vóór de uitkering. Voor jongeren die anders een paar jaar uit beeld zouden raken, kan dat het verschil maken tussen een doorlopende lijn en een gemiste aansluiting.